Zwart, Wit

Deze column werd door schrijver Auke Kok tijdens de opening van Weg die muur! uitgesproken in Museum Het Schip

Enkele geleden schreef ik over de man die ‘s morgens in een oranje hesje door het park liep met een papierprikker. Hij was zwart. De millennials, schreef ik erbij, die het papier, de rotzooi, de barbecuesetjes van Albert Heijn in een walm van marihuana en alcohol in dat park hadden achtergelaten, waren wit.

De bezorger die mij goedgemutst een pakje overhandigde in de deuropening — hé man! — was zwart. De auteur van het boek in het pakje in zijn handen, was wit. De vakkenvuller bij de groentenafdeling, die naar zijn baas liep om mijn vraag te kunnen beantwoorden, was zwart. Zijn baas was wit.

De vrouw die mijn dementerende schoonmoeder in haar laatste levensjaren van schone kleren had voorzien, was zwart. Haar meerdere, de directrice van het zorghuis, was wit.

Ik was toen al modern en noemde ook de Turkse en Marokkaanse Amsterdammers zwart. Dan was de besnorde man die mijn zoete aardappelen bij zijn kassa weegde — anders nog iets, buurman? — zwart. In het peperdure filiaal van Marqt was iedereen, voor of achter de kassa, wit.

Zo kon ik nog even doorgaan, want in alle wijnhandels in de wijde omgeving waren de verkopers en kopers wit. In mijn stamcafé: iedereen wit. In de bioscoop net zo. Tijdens de voorstelling waren de hoofdrolspelers wit.

In het Concertgebouw, in het Stedelijk, in het Rijksmuseum, het Amsterdam Museum, het Joods Historisch Museum, in de rij voor Anne Frank, in het Van Gogh: wit. De schoonmakers waren er zwart.

De woonbuurt naast de Johan Cruijff Arena – Venserpolder – kleurde zwart, evenals de man bij de hefboom en de man die mijn kaartje controleerde. Het publiek op de tribune was wit. De scheidsrechters, grensrechters en andere officials: wit.

De verkeersregelaar in een geel hesje bij de opgebroken weg, waren zwart.

De woorden ‘meestal’, ‘doorgaans’, ‘in de regel’, ‘vaak’: soms kun je ze maar beter weglaten om te zeggen wat je bedoelt. En met deze zwart-wit-verhandeling wilde ik zeggen: kijk eens hoe gesegregeerd Amsterdam is. Of kan zijn. Of vaak is. Een beetje te vaak is.

Al zie je verbeteringen. Meer zwarte scheidsrechters bijvoorbeeld, meer zwarte Ajax-supporters (zwarte spelers hadden we al). Steeds vaker komt er kleur mijn stamcafé, het Rijks, de wijnhandel, de bioscoopfilm in lopen.

Het is niet helemaal zwart-wit. Wel zwart-witter dan je zou willen.

Mooi is de doorbraak bijvoorbeeld in Overtoomse Veld: steeds meer witte jonge mensen die via de Postjesweg in Amsterdam-West door een lek in de Ringweg komen, op zoek naar betaalbare woonruimte. Overtoomse Veld in Nieuw-West vaart er wel bij, als ik onder anderen winkelier Mohammed mag geloven. Ik zat lang met hem te praten, hij klonk overtuigend.

Nog veel meer lekken hebben we nodig in de Ringweg. Aan alle kanten moet de A10 poreus worden. Bruggen moeten we slaan: over het IJ, letterlijk. Duurt te lang allemaal, veel te lang. Overal moeten de muren weg, in alle opzichten. Altijd en overal.

Ongenuanceerd? Absoluut.

De woorden ‘meestal’, ‘doorgaans’, ‘in de regel’, ‘vaak’: soms kun je maar beter weglaten om te zeggen wat je bedoelt.

Zo ook de muur tussen Houthaven en Spaarndammerbuurt. Een onding is het. Weg ermee. Vandaag nog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: