Interview met Aimée Zito Lema

Scroll down for the English text

Hoe kwam je in de Spaarndammerbuurt terecht? 

Voordien woonde ik bij mijn huidige man in zijn eenkamerappartement in de Pijp. Toen ik zwanger werd, moesten we echt verhuizen en hebben toen heel veel woningen bekeken. Super deprimerend allemaal, geen enkele woning gaf ons het gevoel ‘’dat is ‘m’’. Ik kende het deel van de buurt waar Het Schip staat helemaal niet, wel de andere kant bij het Suikerplein, omdat mijn schoonmoeder daar woont. Toen we naar ‘’onze’’ woning kwamen kijken, liep er een klein kindje rond, deze eerste indruk bleef me lang bij. Ik zag mede daardoor ons drieën daar wel wonen. Het was toen zomervakantie en veel mensen kwamen niet opdagen voor een bezichtiging of wezen het huis af. Wij hadden ook een vakantie geboekt maar zijn in Amsterdam gebleven om het contract te tekenen. Voor mijn 30e verjaardag vroeg ik als cadeau aan vrienden om te helpen het huis te schilderen. Een paar maanden later werd onze eerste dochter Mia geboren. 

Was je je al bewust van de geschiedenis van de buurt(en)?

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het verleden van Amsterdam en hoe de stad vorm kreeg door de strijd van haar bewoners. Maar ik keek meestal naar de jaren 70 en 80. De geschiedenis van de Spaarndammerbuurt gaat veel verder terug. Toen ik hier net woonde, wandelde ik veel en ben ik met mensen gaan praten, waardoor ik meer over de geschiedenis te weten kwam. Ik vind het mooi dat dit van oorsprong een socialistische buurt is en dat er met zulke prachtige idealen huizen voor arbeiders werden gebouwd. Dat gebeurt denk ik nu niet meer op die manier. Het raakt mij altijd als ik lees of hoor over mooie visies, andere vormen van stadsplanning en dat zie je goed terug in de Spaarndammerbuurt. 

Twee jaar nadat we hier kwamen wonen, zagen we steeds meer bordjes ‘Te Koop’ staan. Wij kregen zelf ook een brief van de corporatie of wij niet wilden kopen. Daar dachten we toen niet over na; terugkijkend vragen we ons wel eens af: waarom deden we dat toen eigenlijk niet?!

Ik ben Argentijnse, daar spaar je onder je matras of je begraaft je geld in de tuin, want  banken zijn niet te vertrouwen. Je spaart om een huis te kopen, dat geeft de meeste zekerheid. Maar het is juist prachtig dat in de verzorgingsstaat een huis geen bezit hoeft te zijn: je mag er een tijd lang wonen en later is dat huis dan voor iemand anders. Pas  door de sociale huisvesting in Nederland begon ik er op deze manier naar te kijken,. Het probleem is wel, dat de verzorgingsstaat nu geleidelijk aan het verdwijnen is. Dat betekent dat onze kinderen misschien niet het geluk hebben dat wij nu hebben. Sinds ik kinderen heb, ben ik meer gaan nadenken over de waarde van een verzekerde woonplek. 

Gaat Weg die muur! ook over het verdwijnen van de verzorgingsstaat? 

Het uitgangspunt was de transitie van de Houthaven tot grootschalig woongebied in relatie tot de oude Spaarndammerbuurt. Ik was heel erg onder de indruk van de nieuwe buurt. Dit project heeft ook veel te maken met de verbinding tussen beide buurten. Twee jaar geleden werd ik op het buurt archief attent gemaakt. Bij mij om de hoek zat toen een buurtkamer, waar het idee van verbinding tussen oude en nieuwe bewoners in deze zo verschillende buurten een rol speelde. Ook het plan destijds voor de komst van een asielzoekerscentrum droeg daartoe bij (uiteindelijk is dit er (nog) niet gekomen). Mij werd gevraagd als kunstenaar of ik iets voor de buurtkamer wilde doen. Toen ik daar vertelde dat veel van mijn werk op archieven was terug te voeren, verwezen ze mij naar de Parlarie. Ik werd op slag verliefd op de foto’s van vroeger die ik daar vond. Ik ben geen historicus en ook niet op zoek naar een objectieve waarheid, maar zoek in mijn werk altijd naar historische vraagstukken. Ik gebruik het verleden, om iets te zeggen over het heden. De geschiedenis lijkt vast te staan, archieven ook, maar je kan beide opnieuw vormgeven, en daarmee beïnvloed je het heden. Als samenleving zijn we daar continu mee bezig. 

Omdat ik mij geïnspireerd voelde door de foto’s en de geschiedenis van deze buurten, kreeg ik de drang een nieuw werk te maken, een verlangen dat gevoed werd door me te realiseren waar ik feitelijk woonde. Om je omgeving te kunnen begrijpen, moet je over haar oorsprong weten. Dat is natuurlijk niet alleen maar verleden of geschiedenis, maar dat zijn wel aanzienlijke factoren. Ik denk persoonlijk dat kennis van het verleden kan helpen om een beter heden te creëren. Natuurlijk hoeft niet iedereen geïnteresseerd te zijn in zijn of haar buurt, maar met dit project probeer ik – hoe klein dan ook – een handreiking te doen.. 

Hoe kwam het project tot stand? Is het project veranderd gedurende de afgelopen maanden?

Door Corona en de lockdown was ik veel meer dan gewoonlijk bezig met binnen en buiten. Weg die muur! is niet geboren als ‘Corona-project’, maar kreeg door de pandemie wel meer urgentie. Lia kende ik al van een eerder project, sindsdien hebben we altijd contact gehouden. Omdat dit geen project is dat je alleen in je studio maakt, heb ik haar een lange mail met mijn intenties gestuurd. Het is geleidelijk een echte samenwerking geworden, mijn eerste concept krijgt constant opnieuw vorm, door jullie, de wandelingen en het contact met de buurt. 

Terwijl het project liep, kreeg ik te horen dat we naar een sociale huurwoning in de Houthaven konden verhuizen. Dat gaf het project weer een nieuwe lading. Inmiddels heb ik woonervaring aan beide kanten van ‘’de dijk’’. De Spaarndammerbuurt heeft nog steeds vooral sociale huur en iedereen is er een beetje hetzelfde. Nu ik in de Houthaven woon, vallen mij de verschillen meer op. Ons blok is louter sociale huur en pal daarnaast heb je huizen van wel € 1.000.000. Op het schoolplein van de Spaarndammerhout, de school van mijn kinderen, komen echter alle mensen samen.   

Afzelia, het complex waar ik nu woon, heeft veel weg van de arbeiderswoningen van de Amsterdamse School. Zo vind je zomaar een stukje geschiedenis terug in de nieuwe wijk. Om ons heen zie je huizen, waar andere mensen veel geld voor hebben betaald. Toch heeft ons complex het mooiste uitzicht. Je ziet meteen hoe gelukkig mensen daarvan worden. Het is ook echt een droomplek. Ik voel dat ik veel geluk heb gehad. Het is helaas jammer dat ik in deze tijd tot de uitzonderingen behoor.  

Waarom gordijnen?

Ik ben opgegroeid in het ‘katholieke’ Argentinië. Daar zijn de huizen gesloten, maar de mensen weer heel open. Hier is het allemaal glas, maar eigenlijk kan je hier niet zonder afspraak bij iemand langskomen. Door deze tegenstelling ging ik nadenken over de functie van een gordijn. 

Een gordijn zorgt ervoor dat je door al dat glas toch weer niet naar binnen kunt kijken. Het is een tussenruimte tussen binnen en buiten. Het heeft beweging en er zit een intentie achter: je doet het zelf open en dicht. Dat doende zeg je iets over de muur tussen jou en de de buitenwereld. In deze situatie kun je je afvragen of er een symbolische muur bestaat tussen de twee wijken, de bewoners in de wijken, en wat er met die muur/muren zou moeten gebeuren. 

Ik ben kunstenaar en geen wetenschapper, maar ik heb wel ervaring. Ik ben opgegroeid in een samenleving waar geweld het gevolg is van segregatie, van de klassenverschillen die steeds groter worden. Je kan mensen volledig van elkaar scheiden, maar zo leef je niet in de doorsnee samenleving. Je kunt niemand dwingen om contact met elkaar te leggen. Maar ik denk dat het belangrijk is om je bezig te houden met de gemeenschap. We moeten nadenken over nieuwe vormen van collectiviteit. Met dit project wil ik niet louter nostalgie oproepen, in de zin van ‘vroeger was alles beter’. Ik wil alleen laten zien hoe het hier ooit ook is geweest. Welke vormen van collectiviteit wij nu nodig hebben, dat weet ik nog niet. Het project is meer een uitnodiging om erover na te denken. Van de Spaarndammerhoutschool word ik erg blij. Alle kinderen komen daar in het spel samen. Ik zou willen dat ze voor altijd zo met elkaar blijven omgaan. 

Je eerste project in de openbare ruimte

Ik vind het mooi dat het niet echt een kunstenaarsproject is. Het mooie van de openbare ruimte is dat dit werk veel losser en vrijer staat van de maker. Dit project gaat echt over de buurt, om wat het werk doet met de publieke ruimte, hoe mensen het gaan ervaren. Er zijn zoveel factoren die een context bieden. De stad neemt het over. Dat is heel anders wanneer je een tentoonstelling binnenloopt. Dan kijk je vaak met een bepaalde blik of vanuit een bepaald kader. Nu kun je kijken naar het werk buiten dit specifieke kader. Dat kunst in de openbare ruimte ongemerkt mensen wellicht dichter bij elkaar brengt, dat vind ik heel erg leuk!
www.aimeezitolema.org

Aimée Zito Lema met een drukproef van een gordijn.

How did you land in the Spaarndammerbuurt?

Originally I lived with my husband in a one-room apartment in the de Pijp neighbourhood. When I became pregnant we had to move, and so we looked at a lot of houses. It was extremely depressing. Not a single one gave us the feeling that ‘this is it’. I did not know the part of the neighbourhood around Het Schip. But I did know the other side, near the Suikerplein, because my mother-in-law lives there.

When we came to look at ‘our’ home a small child was walking around, and that image stayed with me for a long time- I imagined the three of us living there. It was the summer holiday, so many people were away or they rejected the house after the viewing. Although we had booked a summer holiday, we stayed to sign the contract. I asked friends to help with painting the house as a birthday gift for my 30th birthday. A few months later our daughter Mia was born.

 Were you aware of the history of the neighbourhoods?

I have always been interested in Amsterdam’s past and how the city was shaped by protesting skills of its citizens. Until moving I had focused mainly on the seventies and eighties, but the history of de Spaarndammerbuurt dates from much longer ago. When I first moved here, I wandered a lot through the neighborhood and I talked to the people who live here, so I learned a lot of its history. I liked that it was originally a socialist neighborhood and that there was a lot of idealism in the ways that the houses were built for working people. I don’t think that this happens the same way these days. It moves me when I read about the experimental, visionary forms of urban planning which you can clearly see the Spaarndammerbuurt.  

Two years after our arrival, we increasingly started to see ‘For sale’ signs going up. We also received an offer from the housing association. For us it was out of the question, but in retrospect we wondered sometimes ‘why not?’

I am an Argentinian. We keep our savings under the mattress or bury our money in the garden, because banks are not trustworthy. You save to buy a house. That gives you the best guarantee. But it is a feature of the welfare state that a house is not necessarily someone’s property: you can live in it for a certain period of time and later the house is made available for someone else. It was through the social housing policies in the Netherlands that I learned to look at it this way. The welfare state is now gradually disappearing. This means that our children will not have the same luck we had. Since I have children, I think a lot more about the value of a secure place to live. 

Is ‘Weg die muur!’ also about the decline of the welfare state?

The point of departure was the transition of de Houthaven towards a large-scale residential area, and its relationship to the old Spaarndammerbuurt. I was very much impressed by that new area. This project is strongly focused on the relationship between the two.

In one of the community centres there was already a project about the connections between the old and new inhabitants of the neighborhoods. Two year ago they asked me to contribute to this project as an artist. When I told them that much of my work is based on archives, they referred me to de Parlarie, another community centre. I immediately fell in love with the photographs that I found there.

I am not an historian aiming at objective truth, but I always look at historical questions. I use the past to tell something about the present. History and archives seem to be fixed, but you can still reshape them, and in that way you influence the present. As a society we do this all the time, I think.

I felt the urge to make a new work because I felt inspired by those photographs. This longing was also inspired by the will to discover the place where I lived. If you want to understand the environment where you live, you must know its origin. History and the past are not the only factors, but they are important. Not everyone has to be interested in their environment, but with this project I try to offer the viewer one potential framework for comprehension. A small-scale version of this project is already available in the community centre.

How was this much larger expression of the project realized?

Because of the lockdown and Covid I was more focused that usual on the relationship between inside and outside spaces. ‘Weg die muur’ (“Tear down that wall’) was not conceived as a Covid-project, but the pandemic gave it a sense of some urgency. I knew curator Lia Gieling already from an earlier project and we have been in touch ever since. I sent her a long email with my intentions and gradually we developed a close cooperation. That initial concept was constantly reshaped, both because of Lia and later also the two of you, our walks through the neighborhood and the contacts that we made there.

Then, while developing the project, my family received an offer to move into a new social housing project in the Houthaven! This gave the project a new dimension. I now have experienced living on both sides of ‘the road’. De Spaarndammerbuurt still has a lot of social housing and its inhabitants are generally relatively homogeneous. In the Houthaven the differences are more visible. Our entire block is made of social housing, while right next door are expensive owner-occupied houses. But on the schoolyard of the Spaarndammerhout, where my children go to school, all kinds of people come together.

Afzelia, where I live now, has a lot of the characteristics of a typical worker’s housing complex of the Amsterdamse School. And thus you find a piece of history back in the new neighbourhood. Our complex has the most beautiful view, better than the expensive houses get. It is a dream home- I feel I have been lucky and I find it sad that this is the exception to the rule.

Why did you choose windows as your platforms for display?

I grew up in Catholic Argentina, where the houses are closed but the people are very open. Here you see glass everywhere, but you cannot pay a visit to someone without an appointment. Taking this contradiction as a point of departure I started to reflect on the function of a curtain. A curtain ensures that an outsider cannot look inside. It is a space in between inside and outside. It has a movement and it reflects an intention: you close and open it yourself. It is a kind of wall between you and the outside world. In relation to de Spaarndammerbuurt and de Houthaven you might wonder whether there is a symbolic wall between the people who live in the two neighborhoods. And, if so, what should happen with that wall?

I am an artist, not a scientist. I was raised in a society where violence is the result of segregation and of class differences that became deeper. You can separate people, but then you have no balanced reflection. You cannot force people to make contact with others, but I want to concentrate on the community as a whole. We must reflect on new forms of collectivity. With this project I don’t want to evoke some sort of nostalgic longing for an imagined past- what I want to show is how it was here before. This project aims to stimulate thinking about the new forms of collectivity that we need now. Children from all walks of life all come together in the Spaarndammerhoutschool. I wish that they would carry on the same way forever. 

This  is your first project in public space?

The nice thing of working in public space like this, is that this is not a typical artist’s project. The work is much more distant and more free from its maker. The focus is really on the neighborrhood and the people. I am curious to see how the residents and other visitors will react. The city will take over the project, and that is quite different from entering an exhibition hall. I do hope that art like this in public spaces can bring people closer to each other, even unwittingly.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: