Dit is mijn allerlievelingsbuurt

Claire (student Visuele Etnografie) woont met haar huisgenoten Ge’ez (master Internetrecht) en Sophie (student Theaterwetenschap) in een appartement boven de Jumbo in de Van Noordtstraat. Zij huren van een particuliere eigenaar.

Hoe zijn jullie in deze buurt terecht gekomen?
Claire: ik vond het tijd om mezelf in het diepe te gooien, daarom verhuisde ik na mijn studie Media en Cultuur in Utrecht naar Amsterdam, de grote stad. Eerst woonde ik in Oost, vlakbij het Beukenplein. De buurt vond ik leuk, maar het huis was niet zo gezellig en mijn kamer vrij donker. Omdat ik uiteindelijk de mensen met wie ik samenleef belangrijker vind dan de plek waar ik woon, ben ik verder gaan zoeken. Zo kwam ik vier maanden geleden via een digitale hospiteeravond hier terecht.
Ge’ez: de Spaarndammerbuurt ken ik van vroeger, omdat ik vaak de bus van Sloterdijk naar Centraal nam. Het leek mij toen al leuk om hier te wonen. In de Facebookgroep ‘Amsterdam zoekt woningen’ zag ik een bericht met alleen een foto van een boom die hier vanaf het balkon te zien is. Er stond geen adres bij, maar ik wíst gewoon dat die boom hier in de Spaarndammerstraat stond. Puur omdat ik dit uitzicht kende, ben ik gaan hospiteren.

Het studentenhuis is in het bezit van de ouders van een student, die er zelf niet meer woont.
Claire: toen ik dit voor het eerst hoorde, vond ik het aardig dat ze het huis voor andere studenten aanhouden. Maar onlangs kwamen we erachter dat de eigenaren – die zelf niet eens meer in Nederland wonen –  meer huizen in Amsterdam bezitten. En dat ze die aan expats verhuren. De klusjesman versprak zich, hij zei dat hij iets voor ‘de andere appartementen’ moest doen. Toen we dat hoorden, veranderde mijn gevoel totaal, want we betalen echt veel te veel huur. 

De Spaarndammerbuurt werd vroeger de moord-en-brandbuurt genoemd, omdat mensen uit hun ramen gingen hangen en schreeuwen als een woning ontruimd dreigde te worden. Zijn jullie bekend met deze geschiedenis?

Claire: ik ben er wel mee bezig, met in wat voor buurt ik woon. De buurt is ook onderdeel van mijn identiteit geworden.
Ge’ez: dat heb ik ook! Dan stel ik mezelf voor met: “Hoi, ik kom uit de Spaarndammerbuurt.”
Ge’ez: nou, iedereen kijkt hier wel uit het raam. Wist je nog toen er iemand wat gestolen had en die met de politie achter zich aan de Van Noordtstraat in rende? Dan hangt echt iedereen meteen uit het raam. Dan zitten we ook met elkaar te geinen, elkaar voor ramptoerist uit te maken. Op die manier leer je in ieder geval je buren kennen. Daardoor weet ik nu wie waar woont.
Sophie: eigenlijk weet ik niet zoveel, behalve dat mensen vertellen dat je er vroeger écht niet wilde komen.
Claire: ik hoor ook wel eens dat je hier vroeger echt niet kon zijn. Dan denk ik geváárlijk?! Dat is echt verdwenen.
Ge’ez: dan zeggen ze: ‘woon je in de Spaarndammerbuurt?! Wat heftig!’ Dat zijn dan mensen die de buurt van tien, twintig jaar terug kennen. Of mensen weten niet eens waar het is.
Claire: in Oost kon ik geen peil op de bewoners trekken, of ze hier al lang woonden of niet. Als ik hier over straat loop, krijg ik dat gevoel wel. Er zit hier voor de deur bijvoorbeeld altijd een oude man met een rollator een sigaartje te roken. Die hoort wel echt bij de buurt. Als ik hem dan zie zitten, voel ik mij een soort indringer. Ik wil geen ruimte van hem afnemen. Ik probeer dat op te lossen door sowieso iedereen te groeten om daarmee een beetje saamhorigheid te creëren.
Ge’ez: hierachter op het Suikerplein is een mini-buurthuis,. Op vaste dagen komen veel mensen samen om thee te drinken en wat te kletsen. Dat is super leuk om te zien. Zelf ga ik niet zo snel bij hen zitten, ik snap wel dat het een beetje besloten is. Ik wil hen ook de ruimte gunnen.

Wat zijn voor jullie speciale plekken in de buurt?
Collectief: de Jumbo!
Sophie: de Jumbo is echt de plek waar je in de buurt dingen meemaakt. Zeker tijdens Corona. Ik denk dat de Jumbo óns buurthuis is.
Claire: daar kom je allemaal verschillende types tegen en de caissières zijn ook heel aardig. Door Corona sta je vaak lang in de rij, dan maak ik vaak een praatje met de mensen voor en achter me. Dat heb ik eigenlijk nog nooit eerder gehad, dat je zo kan lachen met de mensen van de supermarkt.
Ge’ez: maar ook de Turkse groenteboer! Die man weet gewoon wie je bent als je binnenkomt en vraagt ook altijd hoe het met je gaat.
Sophie: of café de Walvis, waar ik voor de lockdown werkte. En zeker wanneer Ajax speelt, dan hangen ze grote schermen op en staan er hordes mensen op het terras mee te kijken. Daar komen veel verschillende soorten mensen op af: nieuwkomers, maar ook mensen die al tien of zelfs twintig jaar in de buurt wonen. Die laatsten hoeven niet te bestellen, als we ze zagen, schonken we direct een jonge jenever met een Colaatje in.Ge’ez: en het Westerpark, mijn lievelingsplek in Amsterdam.
Claire: maar ook het viaduct, waar je per se onderdoor moet om hier te komen. Als ik daar onderdoor fiets denk ik altijd: “nu ga ik de wijk in!” Het staat er ook nog eens zo groot geschreven.

Wat vinden jullie van de toenemende verkoop van sociale huurwoningen?
Ge’ez: onze vorige buurvrouw is in december verhuisd naar Almere, toen ze dat kwam vertellen, wist ik dat haar sociale huurwoning ook verkocht zou gaan worden. Nu is alleen het appartement boven ons nog sociale huur.
Claire: ik vind het wel dubbel, omdat ik zelf in zo’n gerenoveerde woning zit. Het is natuurlijk fijn dat ik hier kan wonen, maar tegelijkertijd voel ik me ook schuldig. “Ik heb in deze straat gewoond,” vertelde iemand die ik laatst sprak, “maar mijn ouders kunnen in deze buurt geen woning meer betalen.” De ‘echte Amsterdammers verdwijnen, en daarmee verdwijnt ook het volkse karakter. Terwijl dat de wijk juist zo leuk maakt. Als student ben ik misschien niet het grootste gevaar, maar ik ben wel onderdeel van dit probleem. Tegelijkertijd zie je in Facebookgroepen ook hele jonge meisjes voorbij komen, die een appartement aanbieden en op zoek zijn naar huisgenoten. Hun ouders zien de huizenmarkt dus ook als een lucratieve inkomstenbron.
Ge’ez: je ziet dat ‘volkse’ goed terug in de straat, maar het is tegelijkertijd  duidelijk dat er ook hier sprake is van gentrificatie. Hier beneden zat eerst Brasserie Van Noordt, met een eigenaresse die heel hard kon schreeuwen en waar het heel gezellig was. Nu zit er een hippe wijnbar. Dat vind ik jammer, want juist die brasserie was typerend voor het oude Spaarndamse. Daar kwamen niet alleen de yuppen, maar ook mensen uit de buurt die hier al lang wonen en toeristen. Het was toegankelijk en open, wat er nu zit is vooral heel erg hip.

Komen jullie ook wel eens in de Houthaven?
Sophie: ik wandel soms door de Houthaven, om daar mijn ogen uit te kijken. Of om dicht bij het water te zijn. De nieuwe wijk voelt als een kinderdorp, met louter basisschoolkinderen.
Ge’ez: dat park vind ik lelijk en de school heb ik niet gezien. Ik houd niet echt van kinderen, dus misschien heb ik die gewoon geblokt 

Zouden de twee buurten meer met elkaar verbonden g moeten zijn ?
Ge’ez: het zou jammer zijn als er tussen beide buurten geen interactie zou bestaan. Je woont naast elkaar, dus moet je ook met elkaar leven.
Claire: dan moeten de mensen uit de Houthaven wel verder de buurt in komen, voorbij de Albert Heijn.
Sophie: ik vraag me wel af wie er bij meer verbinding baat zou hebben. Ik word er zelf niet verdrietig van als ik geen contact heb met de mensen uit de Houthaven, terwijl anderen dat misschien wel zouden willen.
Claire: en de Spaarndammerbuurt voelt al niet als een geheel. Waarom zou deze buurt dan ook nog samen moeten gaan met de Houthaven? Ik zou eerst het buurtgevoel hier willen opbouwen, daar heb ik zelf ook belang bij. En de Houthavens, tsja, daar voel ik weinig bij.Jullie hebben nu een campuscontract. Als jullie klaar zijn met studeren, zou je dan in de buurt willen blijven wonen?
Sophie: ja zeker, maar het is hier onbetaalbaar. Maar als ik een huis kan betalen, wil ik absoluut blijven. Het is mijn allerlievelingsbuurt geworden.
Ge’ez: als we uit ons raam zien dat er iets te koop staat, zoeken we direct op Funda. Van die prijzen word ik wel echt verdrietig. Hier tegenover staat een studio van 30m2 voor 200.000€ te koop, dat is echt niet normaal. En hieronder is een appartement met twee slaapkamers van 60m2 te koop, voor bijna een half miljoen!
Claire: ik ben benieuwd naar de verhalen van de mensen die hier al dertig jaar wonen, die hebben dit allemaal zien gebeuren. En dan ook nog die Houthaven erbij… Ikzelf weet niet beter, en ben ook nog eens onderdeel van het probleem.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: